Van subsidie naar stimulering
Verantwoording van de financiële dienstverlening in de periode van 1997-2003.

Drs. L. van der Ent (Leiden, Lorient Communicatie B.V.), A. Meeder, Stichting Weten, Amsterdam, 2003.

Doel
Beoordeling van 6 jaar financiële ondersteuning van projecten die publiekscommunicatie over wetenschap en techniek als doel hebben.

Methode
Literatuuronderzoek en interviews met enige betrokkenen. De volgende vragen staan centraal:

  • Hoe is de financiële dienstverlening van Stichting Weten verlopen?;
  • Wat heeft Stichting Weten vanaf het begin gedaan en hoe is dat geëvolueerd?;
  • Wat waren de ontwikkelingen op het gebied van het bereik (de omvang van het bereikte publiek) en de effectiviteit (de besteding per bestede euro) gedurende de verslagperiode?;
  • Boekt het beleid om via financiële dienstverlening de publiekscommunicatie-activiteiten te professionaliseren en te bundelen succes?;
  • Is er een groeiende helderheid en transparantie in de toekenning van middelen te bespeuren?;
  • Worden de middelen voor publiekscommunicatie over wetenschap en techniek effectiever aangewend dan aan het begin van de verslagperiode? ;
  • Heeft de financiële dienstverlening van Stichting Weten meerwaarde?;
  • Groeit die meerwaarde ook? ;
  • Is het zinvol om door te gaan met de stimuleringsregelingen en wat zijn eventuele kansen voor de toekomst?

Resultaat
De resultaten laten zich als volgt samenvatten:

  • Concentratie van vier aanvraagmomenten naar één. Waardoor aanvragen adequater kunnen worden vergeleken;
  • Traject geformaliseerd en goed gedocumenteerd. Bovendien ligt de advisering aan het bestuur van Stichting Weten over de toe te kennen stimuleringsbijdragen niet meer bij Stichting Weten zelf, maar bij een externe onafhankelijke commissie;
  • Meer samenwerking, minder kleinschalige projecten. Door het stimuleren van samenwerking ontstaat er ook meer synergie tussen partijen en wordt het bereik vergroot met minder geld. Dit komt de professionalisering van het veld ten goede;
  • Ontwikkeling van krachtige indicator. Het publieksbereik per Euro alleen is niet voldoende, aanvullende indicator(en) worden onderzocht.

Conclusies

  • Omdat iedere deelmarkt (b.v. universiteiten, musea en bedrijven) binnen de wetenschap en techniek om zijn eigen benadering vraagt (ze hebben alle hun specifieke achtergrond en belangen), moet Stichting Weten binnen iedere markt vanuit een specifieke en nauwkeurig omschreven WTC-doelstelling opereren;
  • De stimuleringsregelingen moeten uitgaan van twee indicatoren: publieksbereik en -waardering. De transparante en efficiënte werkwijze rond de stimuleringsregelingen wordt verder ontwikkeld met behulp van heldere, inzichtelijke en praktisch toepasbare aanvraagcriteria.
Download de publicatie.